Ekklesia Leiden
Liturgische schikkingen 2e halfjaar 26
Zomerdienst 3: Waar is de Judaspenning? 19 juli 2026
Light Liturgische bloemschikking, foto, floriografie en beheer webpagina:
Monique van der Gaag
serie: Derde Zomerdienst
thema: De gelijkenis van de verloren penning
Voorganger: Marcel Barnard, liturg: Tanja van Leeuwen
Floriografie of beschrijving van de symboliek van de bloemen:
De zondagen na Pinksteren tot de Advent of vanaf de zomer tot diep in de herfst, noemen we de Grote Groene Tijd met groen als liturgische kleur: van groei en hoop. Een watermeloen is tegelijkertijd eten en drinken: stilt de honger en lest de dorst. Zeker op warme zomerdagen. De buitenkant is groen gestreept, het vruchtvlees rozerood. Die kleur hebben ook de rozen als teken van liefde (God is liefde): het zijn er drie, waarmee ze verwijzen naar de Drie-Eenheid. Naast de rozen staan kleine dieproze lang bloeiende bloemetjes van de Kalanchoë met dikke bladeren, die overvloed symboliseren: er zal geen honger en dorst meer zijn. De lichtgroene en donkerroze bramen staan eveneens voor overvloed. De lichtgroene, bloeiende Oregano, die lege plekjes in het bloemstuk vult, staat voor vreugde. De enige plant die munten draagt is de Judaspenning. De platte zaaddozen verwijzen naar het Bijbelse verhaal waarin Judas Iskariot Jezus verraadde. Geld speelt hier een negatieve rol. Bij de teruggevonden munt speelt geld juist een positieve rol. Daarom zijn de normaal zilverwitte Judaspenningen deze keer goud in de kleur van God.
Uit de liturgie: (…) kwamen Hem opzoeken om naar Hem te luisteren. (…) En als een vrouw tien drachmen heeft en er één verliest, (…) zoekt ze alles af tot ze het muntstuk gevonden heeft? En als ze het gevonden heeft, roept ze haar vriendinnen en buren bijeen en zegt: “Deel in mijn vreugde, want ik heb de drachme gevonden die ik kwijt was.” [1] Dat dorst en honger zijn verdwenen (…) hij zal zijn ogen niet geloven. [2]
———
[1] Uit de Schriftlezing: Lucas 15,1, 8 (NBV).
[2] Oecumenische liedbundel Zangen van zoeken en zien, lied 420: ‘Deze wereld omgekeerd’ (t. H. Oosterhuis, m. B. Huijbers) 1 Korinthiërs 1:18-22.
Creatief en duurzaam hergebruik:
Monique van der Gaag kocht uit eigen middelen een watermeloen en holde hem uit voor deze liturgische schikking. De Judaspenning komt uit de Kruidentuin en verfde Monique goud. Ook de Oregano komt daarvandaan.
Zomerdienst 2: Waar Gij uw voet zet bloeit het, 12 juli 2026
Light Liturgische bloemschikking, foto, floriografie en beheer webpagina:
Monique van der Gaag
serie: Tweede Zomerdienst
thema: De gelijkenis van de Talenten
Voorganger/ liturg: Owe Boersma
Floriografie of beschrijving van de symboliek van de bloemen:
De zondagen na Pinksteren tot de Advent of vanaf de zomer tot diep in de herfst, noemen we de Grote Groene Tijd en heeft groen als liturgische kleur, van groei en hoop. Drie vaasjes bevatten daarom groen bloemenwater. Bloemen drinken als het ware de hoop, want: ‘Waar Gij uw voet zet, bloeit het’. Waar God is, komt alles tot bloei: bloem én mens. De zonnebloem staat symbool voor de gelovige, die de ogen steeds op God gericht houdt net zoals de zonnebloem zich naar de zon draait, waarbij de zon God symboliseert. Delphinium staat voor grote liefde van God, net zoals de roos. De distels staan voor het lijden zelf en plekken op aarde waar het een hel is, waar men weent, jammert en knarsetandt: waar God niet is. Toch zijn er drie vaasjes met bloemen: in het vertrouwen dat God er wel is, in het getal drie, dat naar de Drie-Eenheid of naar God verwijst. Drie personen en maar één God.
Uit de liturgie:
Waar Gij uw voet zet, bloeit het. [1] En den ene gaf hij vijf talenten; en den ander twee en den derden een, een iegelijk naar zijn vermogen, en verreisde terstond. (…) Maar die het ene ontvangen had, ging heen en groef in de aarde, en verborg het geld zijns heren (…) En werp den onnutten dienstknecht uit in de buitenste duisternis, daar zal wening zijn en knersing der tanden. [2]
Of in de NBV: Aan de een gaf hij vijf talenten, aan de ander twee, en aan nog een ander één, ieder naar wat hij aankon. Toen vertrok hij. (…) Degene die één talent ontvangen had, besloot het geld van zijn heer te verstoppen: hij begroef het. (…) Uit angst besloot ik uw talent te begraven, alstublieft, hier hebt u het terug. (…) En die nutteloze dienaar, gooi die eruit, in de uiterste duisternis, waar men jammert en knarsetandt.
——-
[1] Citaat uit Psalm 65: uit 150 psalmen vrij – Huub Oosterhuis, dertiende druk 2023, p. 106-107.
[2] Matthëus 25:15, 18, 30 Statenvertaling. Er was geen opgave, daarom koos de liturgische schikster de twee vertalingen zelf ter illustratie.
Creatief en duurzaam hergebruik:
Het krat met de drie vaasjes en het ecologische groene bloemenwater komen uit de vazenkast van Monique van der Gaag.
Zomerdienst 1: Liturgische bloemschikking ‘Light’ met maximaal 3 soorten bloemen en 2 voetnoten, aldus Takkenvaas met Scharnierbloem, Anjer en Klaprooszaadbol, 5 juli 2026
Liturgische bloemschikking, foto, floriografie en beheer webpagina:
Monique van der Gaag
serie: Eerste Zomerdienst
thema: Veerkracht kun je leren
Voorganger / liturg: Rien Wattel
Floriografie of beschrijving van de symboliek van de bloemen:
Op de zondagen na Pinksteren tot de Advent breekt de Grote Groene Tijd aan en is de liturgische kleur groen van groei en hoop. De bloem, die werkelijk veerkracht laat zien, is de Scharnierbloem: de roze bloem kan alle kanten op geduwd worden, maar breekt niet. Er staan steeds drie dezelfde bloemen in de takkenvaas. Drie Anjers maken heel duidelijk het goddelijke zichtbaar via het getal drie dat naar de Drie-Eenheid verwijst. De Anjer is een Dianthus ofwel een bloem van God. Ook drie Klaprooszaadbollen zijn zichtbaar als teken van troost en veerkracht.
Vaste gastvoorganger Rien Wattel mailde me afgelopen week een foto van het schilderij van Pekka Halonen van de omgevallen den met kronkelige takken, die zowel veerkracht als standvastigheid uitstraalt en naar de Finse bevolking verwijst. Ik herinnerde me meteen dat ik een ‘takkenvaas’ had. Op de krachtige boomstronk staat in een groene jurk in de kleur van de hoop een dame met hoed maar zonder voeten. Ze staat op ‘veren’ om veerkrachtig door het leven te kunnen stappen. In haar handen houdt ze de Scharnierbloem vast en naast en achter haar staan drie Klaprooszaadbollen.
Uit de liturgie:
(…) In de mensen die volharden, trouw en onbevangen zijn, in wie opstaan, in wie troosten, weten wij: Jij zult er zijn. [1] Deze vrouw was van Syro-Fenisische afkomst en geen Jodin; ze smeekte Hem om bij haar dochter de demon uit te drijven. [2]
—–
[1] Oecumenische liedbundel Zangen van zoeken en zien, lied 338: ‘Om de mensen, god verlaten’ (t. M. Spoelstra, m. J. Strainer).
[2] Uit de Schriftlezing Marcus 7:26.
Creatief en duurzaam hergebruik:
De prachtige ‘takkenvaas’ komt via Hester Scheltens, eigenaresse van de Weggeeftafel in Oegstgeest. De afgezaagde boomstronk komt van een omgewaaide boom in het bos. Het popje uit de Stichting Oegstgeester Kringloop en het roze ijzerdraad uit de vazenkast van Monique van der Gaag.





