Ekklesia Leiden

zondag 29 maart – Judica

in tijden van corona

 

woestijntochten

in de serie Voeden en gevoed worden

 

zondag 29 maart 2020, de 5e zondag in de Veertigdagentijd

Voorganger: Desirée van Keulen

Liturg: Christiane van den Berg –  Seiffert

Piano: Ronald Meester

 

Voorbedes

De soepsteen

Door de hoofdstraat van een dorp liep een vreemdelinge. Ze had een lange weg achter de rug en was hongerig. De huizen zaten slecht in de verf. Hier en daar zat er zelfs een gat in het dak.
“Ik kan hier niet zo maar om eten vragen, ” dacht ze.
Het was koud. Nergens brandde licht. Alleen in dat ene huis, zag ze. Er stonden veel schoenen voor de deur. ‘Dat doen ze vast om licht en brandstof te sparen’.

Ze klopte op de deur en vroeg of zij binnen mocht komen. “Mag ik me warmen?
De kamer zat al vol, maar iedereen schoof een stukje op zodat er voor haar ook nog een plaatsje was. De mensen zagen er hongerig uit; toch werd er niet gekookt.

‘Ik zou graag soep op het vuur willen koken’, zei de vreemdelinge, ‘hebt u een grote pan voor me?’

Verbaasd keken de mensen haar aan: ‘Waar wilt u soep van koken? Uw rugzak is bijna leeg, daar kan niet veel in zitten om soep van te koken. De vrouw haalde een steen uit haar rugzak, liet hem zien en zei: ‘Dit is een soepsteen. Als u een pan met water op het vuur zet, kan ik van deze steen soep koken’.

De mensen geloofden niet wat de vrouw zei, maar een grote pan was er wel en water was er genoeg. Wat hadden ze te verliezen? De kinderen dachten: ‘Misschien is die vrouw wel een tovenaar.’ Nieuwsgierig zagen ze hoe de vrouw de steen voorzichtig in de pan met water legde, die op het vuur was gezet. De vrouw keen in de pan en roerde aandachtig. Een jongetje kwam dichterbij en keek nieuwsgierig in de pan. “Ik zie niks”, zei hij. “Zie je die kleine belletjes dan niet? Het water begint al te koken.
“Warme soep, dat zou een wonder zijn”, mompelde een man. “Wonderen bestaan niet!” zei de vrouw die naast hem zat. De onbekende gast keek op: “Nee?”
“Nou, misschien dat er vroeger wonderen gebeurden, maar tegenwoordig? Het zou voor het eerst zijn dat ik er een meemaakte!” “Een keer moet de eerste keer zijn”, glimlachte de vrouw naar het jochie dat nog in de pan staarde.

Toen zei ze : ‘Nu zou er eigenlijk een beetje zout in moeten.’ De gastvrouw stond op en haalde wat zout uit de kast. ‘Ik heb ook nog een laurierblaadje’, zei ze wat verlegen, ‘zal ik dat er ook in doen?’

‘Goed!’ zei de vrouw. ‘Een stukje vlees zou de soep nog lekkerder maken.’

‘Ik heb in de kelder nog wat soepvlees voor het avondeten bewaard’, zei de buurvrouw.

‘Zal ik dat er bijdoen?’ Ze haalde het vlees en nam ook een paar worteltjes uit haar tuintje mee. ‘Hier, het is niet veel maar….’ ‘Maar wel heerlijk! ‘Een ui en een prei zouden er ook goed in smaken’, zei de vreemde vrouw. ‘Die heb ik nog in mijn tuin’, zei de overbuurman. ‘Ik heb nog een restje bonen en wat selderij’, zei een ander. Iedereen haalde thuis iets waardoor de soep nog gevulder en lekkerder kon worden. Even later hing er een heerlijke geur in de kamer. ‘Zal ik vast mijn borden en lepels pakken?’ De gastvrouw bloosde.

Nog een poosje roerde de vrouw in de soep. Toen proefde ze. ‘De soep is klaar’, zei ze. Ze schepte de borden vol.

Allen smulden van de overheerlijke soep. In lange tijd hadden ze niet zo goed gegeten.
Ze aten de hele pan leeg. Alleen de soepsteen lag er nog in.

De vreemdelinge stond op om te vertrekken.

‘Mevrouw, uw soepsteen ligt nog in de pan’, riep een kind, ‘u vergeet uw soepsteen!’

‘Die mogen jullie houden’, zei de vrouw, ‘daarmee kun je nog wel duizendmaal soep koken, als je ’t maar zo doet als we het nu hebben gedaan.’

‘Dat is een wondersteen!’ zeiden de kinderen tegen elkaar.

De onbekende vrouw lachte toen ze dat hoorde. ‘Hoor’, zei ze tegen de volwassen, de kinderen begrijpen het altijd als eerste!’ Buiten het dorp gekomen, zocht ze een nieuwe steen.

operatie manna

Schriftlezing

Exodus 16 vers 14 tot en met vers 20 (NBV)

Toen de dauw opgetrokken was, bleek de woestijn bedekt met een fijn, schilderachtig laagje, alsof er rijp op de aarde lag.

‘Wat is dat?’ vroegen de Israëlieten elkaar, toen ze het zagen. Ze begrepen niet wat het was.

Mozes zei tegen hen: ‘Dát is het brood dat de Heer u te eten geeft. De Heer heeft bepaald dat ieder ervan kan verzamelen wat hij nodig heeft. Iedereen mag er één omer van nemen voor elke persoon die bij hem in de tent woont.’

De Israëlieten deden dat. De een verzamelde veel, de ander weinig. Toen ze het namaten, hadden zij die veel verzameld hadden niet meer dan één omer, en zij die weinig  verzameld hadden niet minder, terwijl toch iedereen zo veel had genomen als hij nodig had.

Mozes verbood hen, om ook maar iets ervan tot de volgende dag te bewaren. Sommigen luisteren niet naar hem, en bewaarden tóch iets! De volgende morgen zat het vol wormen. En het stonk! Mozes wees hen scherp terecht.

Overweging/meditatie

De tekst van de overweging vind U hier, en  ook onder Nieuws in het menu, publicaties

You’ll never walk alone

When you walk through a storm
Hold your head up high
And don’t be afraid of the dark
At the end of a storm
There’s a golden sky
And the sweet silver song of a lark
Walk on through the wind
Walk on through the rain
Though your dreams be tossed and blown
Walk on, walk on
With hope in your heart
And you’ll never walk alone
You’ll never walk alone
Walk on, walk on
With hope in your heart
And you’ll never walk alone
You’ll never walk alone

 

Zegenbede

Dat de weg je tegemoet komt,

dat de wind je steunt in de rug,

dat de zon je gezicht verwarmt,

de regen je veld vruchtbaar maakt

en totdat we elkaar weer zien:

dat de Eeuwige je bewaart in de palm van zijn hand.

Uit de ekklesia

De kracht van stilte tijdens een woestijntocht - van Arwin

In 2018 heb ik een inspirerende woestijntocht gemaakt in de Sahara met wandelen in stilte. De woestijn is een zeer krachtige omgeving om in de ruimte en vergezichten overdag, en het overweldigende licht van sterren in de nacht, de kracht van stilte te ervaren. Dit komt heel goed tot uitdrukking in het volgende gedicht:

In de stilte kom ik mezelf helemaal tegen.
De stilte geeft ruimte aan wat gehoord, gedacht en gevoeld
Wil worden.
Er is en er is en er is…
Gewaar zijn in stille eenvoud.
Ervaren van de onvoorspelbare uniekheid van elk moment.

Gefluister van sombere gedachten…
Geschreeuw van scherpe pijn…
Gebeuk van ongeduld, irritatie weerstand…
Verleiding door gelukzalige blijdschap en verlangen naar meer…
Getouwtrek tussen lichamelijk ongemak en welbehagen…

 

En steeds weer opnieuw spreekt de stilte het woordeloze…
Tot alle stukjes zijn aangeraakt door opmerkzaamheid
Nu eens kwetsbaar, dan weer krachtig,
Nu eens eenzaam, dan weer verbonden.
Lijden en geluk in een nooit eindigende dans,
Welkom heten als vriend.

En in het stille zijn word ik weer heel
In zijn gewaar zijn laat wijsheid zich raken
En wordt innerlijke rust en vrijheid geboren.
Steeds opnieuw en opnieuw en opnieuw.

ann van steenwinkel

In deze verwarrende tijden van Corona wens ik een ieder dat er momenten van rust ontstaan die ruimte geven voor stilte.

Diaspora - van Corrie

 

En altijd uit een slavenhuis vertrekken

en naar een land van melk en honing gaan,

te middernacht de eerstgeboor’ne wekken,

haastig, stok in de hand, de tafel dekken

om huiv’rend rond het afscheidsmaal te staan.

 

En altijd weer het meel dat niet wou rijzen,

de vleespot van het zelfrespect viel om,

de koeken en de ruggen trokken krom,

het kleinste kind zal onderweg vergrijzen.

 

En altijd weer de oude hymnen zingen,

zodat de droogste keel nog moet bewijzen

dat ginds in Sion Zijn fonteinen springen.

 

Jan Wit

U kunt reageren, graag zelfs.

Wilt U Desirée van Keulen mailen, dan kan dat via hetverhalenrijk@gmail.com.  

Wilt U inhoudelijk reageren op deze pagina, mail dan naar  vieringen@ekklesialeiden.nl

Voor de kinderen

De graankorrel in de aarde

Deze week is het onderwerp van de kindernevendienst: ‘De graankorrel in de aarde.’

In de kerk zou één van jullie vandaag het volgende voorlezen:

Jezus zei: ‘Als de graankorrel sterft, levert hij veel nieuwe korrels op.’

JOHANNES 12:24

Het bijbelverhaal

Het verhaal: Jezus volgen

 

‘Meneer, meneer! Mag ik u iets vragen?’ Filippus kijkt om. Hij ziet twee mannen staan. Buitenlandse mannen zijn het, dat ziet Filippus aan hun kleren, en hij hoort het ook aan de manier waarop ze praten. Ze zijn naar Jeruzalem gekomen om het Paasfeest te vieren. ‘Kan ik u helpen?’ vraagt Filippus. ‘U bent toch een vriend van Jezus?’ zegt de oudste man. ‘We zouden hem graag willen ontmoeten. Kan dat?’ Filippus kijkt naar zijn vriend Andreas. Jezus vindt het altijd fijn om mensen te ontmoeten. Maar hij heeft nu andere dingen aan zijn hoofd: er zijn mensen die Jezus gevangen willen nemen en hem willen doden. ‘We gaan wel even naar Jezus toe,’ zegt Andreas. ‘Dan gaan we het aan hem vragen.’

 

Filippus en Andreas gaan naar Jezus toe. ‘Er zijn een paar buitenlandse mannen die u willen ontmoeten,’ zegt Filippus. ‘Hebt u daar tijd voor?’ ‘Nee,’ zegt Jezus. ‘Ik wil jullie eerst iets belangrijks vertellen.’ Filippus en Andreas gaan zitten bij de andere vrienden van Jezus. ‘Als je een graankorrel in de aarde stopt,’ zegt Jezus, ‘dan lijkt het net of hij doodgaat. De korrel valt onder de grond helemaal uit elkaar. Er blijft niks van over. Maar juist daardoor kan er een plantje gaan groeien. En dat plantje krijgt weer heel veel nieuwe graankorrels!

 

Het duurt niet lang meer, dan zal ik sterven en begraven worden. Maar dat is niet het einde. Denk aan de graankorrel. Die wordt in de grond gestopt, en dat moet ook, want alleen zo kan hij veel vrucht opleveren. Zoiets gaat bij mij ook gebeuren. Juist door te sterven zal ik weer tot leven komen en veel voor jullie kunnen doen. Ik zal opstaan uit de dood. En het leven wordt dan nog veel mooier dan vóór die tijd. Het wordt een leven dat nooit ophoudt. Willen die mannen die jullie zonet hebben ontmoet mij graag volgen? En willen jullie mij volgen?’ Filippus knikt. Ja, natuurlijk wil hij Jezus volgen. ‘Dat is fijn,’ zegt Jezus. ‘Maar dan moet er wél iets veranderen in je leven. Veel mensen vinden zichzelf heel belangrijk. Maar als je mij volgt, moet dat anders worden. Je moet jezelf dan niet meer zo belangrijk vinden. Het gaat niet om jou, om hoe beroemd of hoe rijk je bent. Het gaat erom dat je doet wat God, mijn Vader, graag wil. Als je dat doet, is God blij met je.’

bespreking van het verhaal

Jezus had een moeilijke boodschap in dit verhaal. Soms moet je bereid zijn iets op te geven om er later nog iets mooiers voor terug te krijgen. Zou jij dit kunnen?

Wat zou jij kiezen?

  • Nu één snoepje? Of nu geen snoepje en als je twee uur wacht krijg je twee snoepjes?
  • Morgen een dag vrij? Of volgende week een extra week vakantie?
  • Al je zakgeld uitgeven aan iets voor jezelf? Of een deel bewaren voor de collecte in de kerk?
  • Een snoepje voor jezelf? Of een snoepje voor je beste vriend/vriendin?

Was het moeilijk om te kiezen?

Knutsel

Jezus had het in het verhaal over een graankorrel die eerst helemaal kapot moet gaan, voordat er een mooi plantje uit kan groeien.

“Uit iets dat kapot is, kan toch iets nieuws en moois ontstaan.”

Dit kun je ook zien in het knutselwerk van deze week. Wat heb je nodig?  gekleurd papier in alle kleuren van de regenboog – lijm – en een stukje karton/dikker papier.

Scheur de gekleurde papiertjes in allemaal kleine snippertjes, gooi de snippertjes door elkaar op tafel. Maak van deze snippertjes op je stukje karton/dikker papier een mooie mozaïek. Je kunt bijvoorbeeld een bloem of een regenboog maken.

Zo zie je maar, uit iets dat kapot is (de gekleurde papiertjes). Kan toch iets nieuws en moois ontstaan (je prachtige mozaïek).

Neem je je geknutselde mozaïek weer mee naar de kerk als deze weer open is? Dan kunnen we ze met zijn allen op het drieluik monteren.

Pssst! Vind je dit knutselwerk te makkelijk, of juist te moeilijk? Heb je de spullen niet in huis? Of heb jij zelf een veel beter idee hoe jij uit iets dat kapot is weer iets moois kan maken? Dan is het toch fijn dat je nu thuis bent en niet in de kindernevendienst. Maak jij je eigen variant van de knutsel?

Vergeet je niet je knutsel mee te nemen naar de kerk? Dan monteren we deze gewoon tussen de andere knutsels op het drieluik dat we maken.

Leuke tip: je kunt ook een foto maken van je mozaïek of van een ander werkje en die foto opsturen. In de brief voor je ouders staat waar die naar toe kan. De KND-leiding kan dan de foto’s bij elkaar zetten en rondsturen.

Samenwerkingen

Onze partners

Ekklesia Leiden

Lid worden

Wil je lid worden van de vereniging van de Ekklesia Leiden? De contributie bedraagt €25,00 per jaar.

Meer over lid worden van Ekklesia Leiden

X